Krakau, 5 oktober, de slag bij Grunenwald
5 oktober 2026 - Krakau, Polen
Het is niet goed als een koninklijke vader te veel zonen heeft. Nadat Miezko er in de negende eeuw in was geslaagd om van de versnipperde Poolse koninkrijkjes, prinsdommetjes en graafschapjes één groot rijk te maken, was het al gauw weer hommeles tussen de troonopvolgers. Goed honderd jaar later was alles weer te herdoen omdat de ene prins de andere hertog het licht in de ogen niet gunde. Toen maakte een van de gefrusteerde troonpretendenten de fatale fout om hulp te zoeken bij de Teutonen, goed opgeleide vechtmachines, die voor geld en een paar dure beloftes te krijgen waren. Toen deze in Centraal Europa kwamen, besloten zij echter om er te blijven. Zij versloegen hier en daar een lokaal leger en groeiden uit tot een gevestigde macht, waar maar beter rekening mee werd gehouden. Nog eens tweehonderd jaar later had koning Wladyslaw II Jagiello het zo’n beetje gehad met die rare kruisridders. Hij bracht een groot leger op de been en daagde de Teutonen uit.
De helblauwe lucht vroeg in de ochtend van 15 juli 1410 kondigde een mooie zomerdag aan. De Teutonen stonden te popelen om het gevecht aan te gaan. In volle uitrusting stonden zij de vijand op te wachten. De zon klom hoger en langzaam steeg de temperatuur. De militaire code verbood hen om aan te vallen, om de eenvoudige reden dat zij de verdedigende partij waren. Die middeleeuwers waren beslist logische denkers! Tweehonderd meter verder, in een schaduwrijk bos, liet Wladyslaw een mis opdragen om de overwinning af te smeken. Daarna gebeurde er niets. De Teutonen, die inmiddels onder een stralende zon al zachtjes aan het sudderen waren in hun loodzware harnassen, stuurden een heraut met de vraag om eindelijk te beginnen met de veldslag. ‘Eerst nog onze wapens zegenen’ zei de geslepen Wlad. En dat waren er heel wat. De Teutonen hoorden noodgedwongen de religieuze smeekzangen. Toen werd het weer stil. De Teutonen die nog niet bezweken waren, verheugden zich op wat komen zou. Maar wederom gebeurde er niets. Om Wlad en de zijnen tot actie aan te porren, werd er opnieuw een heraut gestuurd, dit keer met twee blanke zwaarden. ‘Als je onvoldoende wapens hebt, dan kan je hiermee de aanval inzetten’, zei de Teutoonse oberstormfuhrer. ‘Dankjewel,’ antwoordde Wlad. ‘Nu we nu we nieuwe wapens hebben moeten we echter de zegening herbeginnen’, voegde hij er fijntjes aan toe. Voor een tweede keer werden de zwaarden, bijlen en speren onder begeleiding van lange litanieën lustig bekwispeld met gewijd water.
Lang verhaal kort: de Polen vielen pas laat in de namiddag aan. Tegen die tijd was zelfs de meest hittebestendige Teutoon uitgedroogd en gekookt in zijn blikken doos. De Polen hadden het niet zo moeilijk om het onoverwinnelijke leger te verslaan. Een duwtje hier en een steekje ginder volstonden om na een ultrakort gevecht een klinkende overwinning op te eisen.
Volgens mij maakte een Poolse grapjas zich bij het vieren van de overwinning ontvallen dat hij het een ‘een uitgekookte tactiek' heeft gevonden. Op die manier worden dus spreuken en zegswijzen geboren.
Het monument dat de slag bij Grunenwald herdenkt. De nazi's konden het niet snel genoeg afbreken toen ze in 1939 Krakau binnenvielen. De Polen maakten kort na de oorlog een nieuwe versie.
1 Reactie
-
Karel:6 oktober 2026Opnieuw een zoveelste voltreffer met je verhaal, Eddy; van monkel- tot zelfs schaterlach!
